Bondgenoten

Door: Irma Heerink-Engbers

Onlangs was ik bij de opticien. Om de bril van onze moeder te laten repareren. Ze woont in een verzorgingshuis. Op een gesloten afdeling. Omdat het niet anders kan. Ze begrijpt niet meer waarom ze daar moet wonen. Haar boosheid daarover is soms furieus, gevoed door de angst opgesloten te zitten.
Onrustig draaft ze urenlang in hoog tempo achter haar rollator over de corridor. Op zoek naar een uitgang. Weg wil ze. Niet alleen overdag, maar ook ’s nachts. Het ritme van dag en nacht is ze verloren. Gelukkig heeft ze mooie pyjama’s die bijna lijken op een huispak.  Huisraad, kamergenoten en ook haar gebit en bril moeten het ontgelden als er in haarzelf en buiten haarzelf om weer een storm woedt.
Het is verdrietig en aangrijpend om te zien. Samen met haar naar de opticien gaan voor reparatie van de bril is echt geen optie meer. Dus ga ik alleen.

Als ik geholpen word, vertel ik erbij dat mijn moeder zelf niet meer kan komen om de bril passend te maken. Ze woont in een verzorgingshuis, op een gesloten afdeling, weet u. Daar weet de medewerker alles van. Ze heeft er ook een moeder “op kamers”. Maar ach, zegt ze, ze is er nog… Ik vertel dat ik dat dubbel ervaar. Want voor zover ik het zie en ervaar: zo leuk is het leven van ouderen in verzorgingshuizen lang niet  altijd. Zeker als ze niet meer alleen naar buiten mogen. Zo leuk is het niet voor kinderen die machteloos moeten toezien hoe hun ouder aftakelt.
Vertel mij wat, roept een man vanaf de koffietafel waar hij op zijn vrouw zit te wachten. Mijn moeder is haar hele leven niet zo boos op me geweest als nu. Het is verschrikkelijk, zegt hij, en ik weet niet hoe ik er mee om moet gaan. Ik hou het bijna niet vol. Zijn zus werkt in een verzorgingshuis, zo vertelt hij. Dat gaat haar goed af. Maar hem helpen met dit probleem lukt haar niet. Te dichtbij, want ja, het is je moeder en niet een tijdelijke cliënt. Dat maakt wel verschil. Nou, concludeert hij, ik hoop dat ze tegen de tijd dat ik zover ben een pil hebben uitgevonden. Dan maak ik er zelf wel een eind aan. Dit is toch geen leven? En mijn kinderen wil ik deze ellende niet aandoen.
Een opmerking vol emoties met een heel diepe laag, zomaar op een doordeweekse ochtend bij de opticien. Maar wij daar in die winkel begrijpen het wel. Het is pure onmacht. Wie wil nou zo’n leven? Voor zichzelf of voor dierbare naasten? We zijn allemaal even stil…

En in dat ene moment ontstaat een diepe verwantschap tussen onbekenden. Omdat we lotgenoten zijn in deze situatie. We delen onze zorg met elkaar. Dat lucht op en geeft ruimte. We zijn niet de enigen, zeggen we tegen elkaar. Die uitspraak bezegelt een verbond dat op dat moment gesloten wordt. Het maakt ons van lijdzame lotgenoten tot bezielde bondgenoten. We zien op elkaars gezichten weer wat hoop en vertrouwen verschijnen.
Want natuurlijk gaan we het volhouden. We geven niet op en gaan er heus geen einde aan maken. Natuurlijk gaan we er het beste van maken. Waarom zouden we niet blijven vertrouwen op betere tijden? Niets blijft immers zoals het nu is. En als we het even niet meer zien zitten dan is er altijd nog dit moment om aan terug te denken. Om er opnieuw hoop, vertrouwen, warmte en kracht uit te putten.

Jouw verhaal op deze site?

Wil je zelf een bijdrage leveren aan deze site klik dan hier

Reacties:

  1. Mijn vrouw (64) heeft vasculaire dementie. Alles lijkt ‘uit te vallen’ en soms zijn er betere dagen. Dit verhaal krikt me wat op. Ik ben niet de enige die het soms moeilijk heeft.

  2. Hallo bondgenoot,

    Binnenkort gaat mijn moeder ook naar een verzorgingstehuis, meteen naar de beschermde afdeling, pas 73 jaar oud. We kijken enorm op tegen het wegbrengen (op voorhand vertellen is geen optie), en we weten niet wat ons te wachten staat zodra we vertrekken… maar op deze manier houden we het gewoon niet meer vol :'(
    Ze is er nog, maar ze is er ook niet meer.

  3. Beste Nikosh, wat een pijnlijke en verdrietige tijd voor jullie. Denk aan jullie, wetend en begrijpend hoe dubbel het is allemaal… Voel je verbonden met elkaar en met veel anderen! Hartelijke groet, Irma

4 antwoorden op “Bondgenoten”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *