Chaos

Door: Irma Heerink-Engbers

Van de verzorgers hebben we de opdracht gekregen om je kledingkast aan te vullen. Zo voelt de gestelde vraag in ieder geval omdat er iets van een beschuldiging in door klinkt als zouden we niet goed voor je zorgen. Het is geen verzoek maar een werkopdracht die de komende week uitgevoerd moet worden. Op onze wedervraag waarom dit zo opeens op stel en sprong moet gebeuren wordt, krijgen we de mededeling dat het management heeft besloten dat het wassen van bovenkleding buitenshuis uitbesteed gaat worden en dus langer weg is en het voor de verzorgers onhandig is als er te weinig kleding is.

Je hebt geluk, mam, dat wij nog altijd je gehoorzame kinderen zijn. Voordat ik de opdracht uit ga voeren heb ik me voorgenomen om deze zondagmorgen mijn bezoek aan jou te combineren met een zoveelste opruimactie om te bepalen wat er bijgekocht moet worden.
Als je me ziet krijg ik een compliment dat ik zo’n mooie jurk aan heb! Die is binnen, dankjewel mam! Na een keuvel van mijn kant ga ik aan de slag op je kamer.
Terwijl ik op je kamer bezig ben gebeurt er blijkbaar iets tussen jou en de aanwezige verzorger in de huiskamer. Jij, hulpvaardig en opruimerig als vroeger, wil je papieren opruimen. De verzorger vindt dat uiteraard niet goed. Je voelt je afgewezen en aangevallen. Het balletje van boosheid en afsluiten gaat weer rollen. De verzorger komt heel verontwaardigd naar me toe om het te vertellen. Tja, wat moet ik ermee…

Je kasten zijn een weerslag van jezelf. Chaos. Drie kammen inclusief haren, vijf rollen wc-papier, ongeopende post, schoenen in je nachtkastje, je zonnebril in een koektrommeltje, een blijkbaar gekregen bloemetje onder in het dressoir achter een gesloten deur. Het is bijna te triest om er doorheen te gaan. En toch geeft het me een goed gevoel iets praktisch voor je te kunnen doen. Je wordt niet vergeten, er wordt ondanks alles van harte naar je omgekeken en je chaos wordt met liefde weer geordend.

Als ik terugkom in de huiskamer ben je boos op alles en iedereen. Je zegt dat je er ook niet blijft eten omdat het er vies is als in een geitenstal. Ach, lieve mam, je zal toch moeten blijven. Een keertje een boterham overslaan mag best hoor!
Het is ook allemaal niet niks. De hele dag binnen zijn. Terwijl je altijd zo graag naar buiten ging, de frisse lucht in. En daarna uitgebreid onder de douche en schone kleren aan. Nu zijn er steeds anderen die jou vertellen hoe je dagritme moet zijn. Terwijl je dat het liefst altijd zelf wilde bepalen. Je erbij neerleggen kun je niet en wil je ook niet.
Ik begrijp het als geen ander. Juist daarom is het zo moeilijk om je worsteling aan te zien.

Jouw verhaal op deze site?

Wil je zelf een bijdrage leveren aan deze site klik dan hier

Reacties:

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *