Dapper

Door: Gerdien Breimschrijft

Ons moeders zit in haar rolstoel buiten in de omsloten tuin als ik samen met Johan aankom lopen. Vanwege het vocht in haar benen liggen deze, met een lekker kussentje eronder, recht voor haar uit op de leggers van de rolstoel. Met haar handen gevouwen op haar buik en op haar neus een grote zonnebril, zit ze zichtbaar te genieten van de zonnewarmte.
Ik loop naar haar toe en zoen haar op de wang.
'Zo, ben je daar' zegt ze.
De zes andere dames geef ik een hand.
Ik schuif mijn stoel dichtbij ons moeders en we kletsen wat.

Er loopt een poes door de tuin. Mevrouw R. probeert hem dichterbij te lokken. Het beestje geeft geen sjoege en trekt z'n eigen plan.
'Och, wat hebben wij een boel katten gehad' verzucht ons moeders.
We knikken samen heftig onze hoofden, ja er woonde altijd minstens één poes in ons gezin.
'Heb je een idee hoeveel katten je in totaal hebt gehad?' vraag ik.
Ze denkt dat het er twaalf geweest moeten zijn, maar misschien meer.
Samen halen we herinneringen op aan de poezen die ons gezin rijk is geweest. De een kwam aanlopen, een ander verwonde ernstig haar poot maar redde het tegen de verwachting in toch.
'Waarom hadden jullie eigenlijk altijd katten, toen jij en ons vader de kruidenierswinkel bestierden?' vraag ik naar de mij bekende weg.
'Die katten vingen voor ons de muizen in het pakhuis waar de winkelvoorraad lag' vertelt ze.
'Mochten ze ook gewoon binnenkomen en in de huiskamer liggen?' hengel ik verder.
'Natuurlijk, heel gezellig zo'n beestje om je heen. We hadden ook kleinvee' besluit ze.
Dat is niet zo, maar dat zeg ik niet.
'Ik kan even niet bedenken wat dat voor kleinvee was' zeg ik, 'jij wel?'
'Nou in elk geval een koe. Die stond in de schuur. En misschien ook wel een varken, maar dat weet ik niet meer. Opa was boer en daar woonden we bij in. Of woonde hij nou bij ons in?' gaat ze verder.

Ik realiseer me dat er in haar verhaal twee verschillende tijdperken ineen schuiven: we hoppen van mijn kindertijd ongemerkt naar die van haar.
'Dus jouw opa was boer. En wat deed jouw vader?' vraag ik.
Ons moeders knijpt haar ogen dicht en valt stil. Ze denkt diep na.
'Ik weet het niet meer' zegt ze na een tijdje.
'Vervelend dat je er niet op kunt komen, of niet soms?' opper ik.
'Had ik maar al die dingen in een of twee regels opgeschreven en vastgelegd, dan had ik het nu na kunnen lezen' besluit ze.
Haar scherpe zicht op een oplossing die onmogelijk is geworden snijdt door me heen.
'Gelukkig heb je het mij verteld en kan ik het je nu zeggen: hij was gemeenteambtenaar en haalde huurgeld op. Dat klopt toch?' vraag ik.
Het klopt en het vormt gelijk een aanknopingspunt voor haar om verder te vertellen. Samen genieten we ervan.

Thuis schrijnt haar zicht op haar huidige onvermogen in me na. Ik denk aan de mappen met aantekeningen die ik vond, bij het uitruimen van haar huis. Met één of twee regels per dag had ze haar eigen leven vastgelegd. Jaar in, jaar uit.
Wat ze deed. Wie er geweest waren. (Dure) aanschaffen, onderhoud aan het huis, grotere huishoudelijke klussen; alles voorzien van datum. Opsommingen van geboortedata van haar ouders, broers en zussen, haar schoonouders, zwagers en schoonzussen. Achter nagenoeg alle namen een sterfdatum.
Aan het eind vallen er grote gaten in haar aantekeningen.
Een van die mappen heb ik bewaard, een zwarte multomap.
Ik pak hem uit de kast en sla hem open bij de laatste notities die ons moeders maakte.
2014
6 dec. Stille zaterdag. Boodschap gedaan.
7 dec. TV gekeken. M. kwam, gepuzzeld. Ellen gebeld. Tibbe belde.
Wat was en ben je een dappere moeder, denk ik en huil zachtjes om de enorme trots die ik voel.

Ook het leven in een verpleeghuis kent goede en slechte momenten. Gerdien Breimer schrijft over het leven van alledag van haar eigen moeder, die alzheimer heeft en op een gesloten psychogeriatrische afdeling woont.

Jouw verhaal op deze site?

Wil je zelf een bijdrage leveren aan deze site klik dan hier

Reacties:

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *