Familie

Door: Irma Heerink-Engbers

Het is een drukte van belang in het verzorgingshuis waar je woont. Samen met mijn broer ben ik op weg naar je toe. Want familie-middag in alle huiskamers. Een regelmatig terugkerende activiteit die wordt  georganiseerd om het contact tussen bewoners en hun families en mantelzorgers te stimuleren. Goed initiatief. Maar ook dubbel. Want voor jou zijn deze bijeenkomsten te druk en te lawaaierig. Onze aandacht  moeten delen met anderen behoort sinds een paar jaar ook niet meer tot je kwaliteiten.

Voordat we naar de bijeenkomst gaan zijn we even op je kamer. Door de verzorgers zijn je schemerlampen na de laatste gooi-partij opgeborgen. Het ziet er kaal uit. Meer dan slapen doe je ook niet op je kamer, maar toch is het erg ongezellig. Niet zoals bij jou past in ieder geval. Onder de tafel staan vier losse schoenen. Ze zijn van jou. De andere bijbehorende schoenen vinden we in je kast. Tussen je kleren. Zonder veters die ik pas had vernieuwd. Je kast is weer een grote chaos. Het maakt me verdrietig dat te zien omdat het zo tekenend is voor de wereld waarin je leeft.

"Ha, daar komt familie van me aan!" Zeg je als je ons binnen ziet komen. Een buitengewone en hartverwarmende begroeting, juist op deze middag! Je verwacht nog meer familie, vertel je. Je kinderen, je vader en moeder, je grote zus en je broers die je al zo lang niet hebt gezien. Gaat het goed met ze? vraag je. Ik durf er ook niet zomaar meer naar toe te fietsen, zeg je verontschuldigend. Wat kunnen we anders doen dan je geruststellen met de woorden dat iedereen het goed maakt.
Als we naast je gaan zitten vraag je waarom al die mensen er toch zijn. We proberen het uit te leggen maar slagen daarin niet echt. Je vindt het maar niks. Vanaf dat moment wordt je humeur er niet beter op. De  muffin die je aangeboden krijgt wil je niet opeten omdat je je volgens jou dan volpropt en er bovendien gekleurde spikkels op zitten waar je ziek van kunt worden.

Je wijst naar de hoek van de huiskamer waar, zo zeg je, een klein kindje is dat onze aandacht nodig heeft. We gaan uiteraard kijken en zien een porseleinen hond op de tafel staan. We kunnen een liefdevolle lach niet onderdrukken omdat we beiden bedenken dat je nooit erg op honden was gesteld. Gelukkig zijn we samen gekomen zodat we elkaar een beetje kunnen afwisselen in de aandacht voor jou. Voortdurend vraag je hoe het weer buiten is. Of het koud is en regent. Je verlangen om naar buiten te gaan neemt hand over hand toe. Zeker nu je voor je gevoel opgesloten zit tussen te veel mensen.

Na wat een hele lange middag lijkt nemen we afscheid. Het was te verwachten: ook jij staat resoluut op om mee te gaan. Kwiek loop je de gang op nadat je een aantal mensen een hand hebt gegeven om gedag te zeggen. Er loopt een verzorger mee om je af te leiden. Dat maakt je boos want je hebt feilloos in de gaten wat erachter zit. Met stemverheffing maak je duidelijk dat je zelf wel bepaalt wat je gaat doen. Je raakt in paniek, steeds harder schreeuwend en bozer wordend.
Ik weet niet hoe snel ik weg moet lopen. Alsof je me achterna zou komen en vast pakken. Rustig zus, hoor ik achter me, we hebben geen haast. Maar ik wil naar buiten,  de ruimte in. Dat heb ik niet van een vreemde…

Jouw verhaal op deze site?

Heb je ook een leerzaam verhaal, inspirerend idee of nieuwe invalshoek? We horen graag van je!
Bijvoorbeeld in de vorm van een blog of dementiedagboek. Op deze pagina lees je hoe je kan bijdragen aan Dementieweb.

Reacties:

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *