Het Gouden Medaillon

Verhaal en foto: Rosanne Bunschoten

Koffie

“Wat wilt u in de koffie mevrouw?”

“Melk en suiker”, antwoordt de vrouw.  Ze ziet er verzorgd uit met haar satijnen, lichtblauwe blouse en zwarte pantalon. Om haar nek hangt een gouden medaillon. Haar grijze, korte haren zitten mooi in model. Ik zet de koffie voor haar neer, schuif het schoteltje met de plak cake naar haar toe en ga naast haar zitten. We zijn met z’n tweeën in de woonkamer. De andere bewoners zijn direct na het avondeten naar hun kamer gegaan.

“Kind, moet jij geen koffie?”, vraagt de vrouw en ze pakt met trillende handen haar kopje koffie en neemt een slok.

Ik glimlach. “Nee, dank u wel. Ik heb water. Wat heeft u een prachtige ketting.”

Mevrouw Bakker begint te stralen. “Die heb ik ooit gekregen van mijn man. Heel veel jaren geleden. Ik geloof dat ik zeventien jaar was. Ik ging altijd stiekem naar café Mokum toe. Mijn moeder mocht niet weten dat ik daarheen ging. Ze zou het me verbieden.”

“En uw vader dan?”, vraag ik.

“Mijn vader was schipper. Hij is tijdens een van zijn reizen ziek geworden en daar overleden. Ik was toen veertien jaar. Het was een zware tijd. Ik miste mijn vader heel erg en ook mijn oudere broer had het er moeilijk mee. Mijn moeder was niet vaak thuis meer. Ze moest gaan werken, omdat we anders niet rondkwamen. Mijn broer was vijf jaar ouder dan ik en hij hield mij goed in de gaten. Ik was vroeger erg ondeugend en altijd uit op avontuur. Toen ik zeventien was ging ik stiekem naar het café toe. Mijn moeder en broer mochten dat absoluut niet weten. Dan zwaaide er wat. Elke zaterdag ging ik naar het café toe. Daar danste ik de hele avond met mijn beste vriendin Rietje en dronken we bier.
Er waren altijd twee hele knappe jongens in het café waar we erg tegenop keken. Ze waren een stuk ouder dan wij. Op een avond stapte een van die jongens op me af. De knapste van de twee. Ik wist niet waar ik het zoeken moest hoor”, vertelt mevrouw Bakker glimlachend.

“En die jongen gaf u het medaillon?”, vraag ik.

“Ja, maar hij was veel ouder dan ik. Ik was zeventien, of misschien was ik wel achttien. Ik weet het niet meer. Hij was negen jaar ouder dan ik. Mijn broer vond dat maar niets en ook mijn moeder moest even wennen. Maar Dirk, zo heette mijn man, wist wel hoe hij daarmee om moest gaan.

Toen we een tijdje met elkaar hadden afgesproken wilde hij zich voorstellen aan mijn moeder en broer. Helemaal netjes gekleed en met een bosje bloemen belde hij aan bij ons thuis. Mijn moeder vond het een nette jongen en ook mijn broer kon het goed met hem vinden. Hij was goedgekeurd. We trouwden ook al snel met elkaar. We hadden geen keus.”

Een leven vol herinneringen, pijn, verdriet, maar ook mooie momenten. Ik ben zo dankbaar dat ik in de laatste levensfase van deze mensen een luisterend oor kan zijn. Dat ik ze een thuisgevoel mag geven.

“Geen keus?”, zeg ik verbaasd. “Omdat hij al zoveel ouder was?”

“Nee, ik raakte zwanger en vroeger werd je dan heel gek aangekeken als je ongetrouwd was. Maar het was de man van mijn dromen, dus ik vond het niet erg. Hij was erg knap en had altijd veel meisjes achter zich aan. Als we gingen trouwen was Dirk echt alleen van mij.”

“Kreeg u toen het medaillon?”, vraag ik.

“Nee, die kreeg ik een paar jaar later. Toen mijn man erg ziek werd.” Ze klapt het medaillon open. Er zitten twee foto’s in. Een van een jonge man en een van een wat oudere man.

“Wie staan er op de foto’s?”, vraag ik. Mevrouw Bakker wrijft met haar vingers langs de foto’s. “Dat zijn Dirk en mijn vader. Toen Dirk deze ketting aan mij gaf wist hij dat hij snel zou gaan overlijden. Hij wilde dat ik hem altijd bij mij zou dragen. Zodat hij op die manier voor altijd bij de vrouw van zijn dromen kon blijven. Kort daarna stierf hij. Ik moest net als mijn moeder vroeger nu mijn eigen kind alleen opvoeden. Dat was zwaar hoor. Gelukkig heb ik een hele lieve, knappe dochter.” De vrouw neemt de laatste slok van haar koffie.

Ik sta op en pak de koffiekan. “Lust u nog een kopje koffie?”

“Ja lekker. Ik heb nog geen koffie gehad vandaag. Dirk maakte vroeger ook altijd koffie voor mij. Dat is al heel lang geleden hoor kind. Dirk is nu allang overleden. Weet je hoe ik hem heb ontmoet?”

Ze roert met een lepeltje in haar koffie en neemt een slok.

“Nee, dat weet ik niet mevrouw. Hoe heeft u hem leren kennen?”, zeg ik.

De vrouw vertelt het verhaal voor de zoveelste keer aan mij en nog steeds luister ik er met plezier naar. Niet alleen zij, maar alle ouderen met dementie hebben een leven vol ervaringen achter de rug. Een leven vol herinneringen, pijn, verdriet, maar ook mooie momenten. Ik ben zo dankbaar dat ik in de laatste levensfase van deze mensen een luisterend oor kan zijn. Dat ik ze een thuisgevoel mag geven.

 

Over de schrijver:

Ik ben Rosanne Bunschoten. Ik volg de opleiding Communicatie en heb hier mijn liefde voor het schrijven van teksten ontdekt. Nu volg ik de minor Schrijven in Opdracht. Vanaf mijn zeventiende werk ik in een bejaardentehuis met dementerende ouderen. Ik luister altijd gefascineerd naar hun levensverhalen. Daarom heb ik dit verhaal geschreven. 

 

 

 

Jouw verhaal op deze site?

Heb je ook een leerzaam verhaal, inspirerend idee of nieuwe invalshoek? We horen graag van je!
Bijvoorbeeld in de vorm van een blog of dementiedagboek. Op deze pagina lees je hoe je kan bijdragen aan Dementieweb.

Reacties:

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *