Ik voorop, jij achterop: van kind naar mantelzorger

Door: Janneke Giliam

Het was een warme zomerdag. Jij en ik zaten op het bankje aan het kanaal in onze heerlijk grote tuin. Zoals wel vaker gebeurde, zat ik in dubio over de toekomst. Ik wilde graag naar een highschool in Amerika, maar tegelijkertijd vond ik het doodeng. Jij luisterde naar mijn worsteling en zei: “Gaaf toch zo’n ervaring, ik zou het zeker doen”, en dan vertelde je over je eigen ervaringen in het buitenland en waarom je er zoveel baat bij had.
Positief, altijd positief die man. Luisteren kon je en adviseren nog beter. Dit gesprek was één van de laatste ‘vader, dochter’ gesprekken die we hadden. Althans de laatste waarbij het woord Alzheimer in onze gedachten niet bestond. En ik gewoon dochter was en jij gewoon vader.

Jaren gingen voorbij en sloop de Alzheimer ons leven binnen. Het werd steeds moeilijker voor je om je te focussen, om te onthouden of om te luisteren. Je probeerde het zeker en soms lukte het goed. Maar ik zag hoe erg je je moest concentreren.
Op een gegeven moment moest je je baan opzeggen en zat je zomaar thuis, ik was toen ongeveer 16 jaar. “Janneke blijf jij vanmiddag even bij Papa?”, vroeg mama toen ze even weg moest. Raar eigenlijk, dat ik dat al vrij snel ‘vanzelfsprekend’ vond. Als Papa maar niet alleen was. Mijn oudere zussen woonden al niet meer thuis, dus mijn broertje en ik waren de enigen die het proces van de ziekte van zo dichtbij meemaakten.

Ik weet niet meer of het diezelfde middag was, maar in elk geval wel in dezelfde periode. Jij en ik waren samen thuis. Ik zat achter de computer en jij, zoals wel vaker, op je kamer. Opeens hoorde ik wanhopig gesnik. Ik wist niet goed wat ik moest doen, maar ik besloot om even om het hoekje te kijken.
Ik heb je nog nooit zo zien huilen. Ik zag veel wanhoop en onmacht in je ogen en ik probeerde je te troosten. Dit voelde voor mij zo onwerkelijk. Papa huilde namelijk nooit en als hij het deed vermande hij zichzelf direct. Maar dit keer niet. Ik vroeg aan hem wat er was en of het met de ziekte te maken had. “Soms weet Papa het gewoon even niet meer, maar het komt wel goed Ank”, zei hij op een troostende manier.

Zolang je kon, bleef je de vaderrol vervullen. Je bleef troosten, door je eigen tranen heen en je gaf adviezen, ook al herhaalde je ze soms wel twintig keer. Je was sterk. Als ik nu zo aan dat moment terugdenk, besef ik eigenlijk pas echt hoe moeilijk het voor je moet zijn geweest om je zo kwetsbaar op te stellen naar je kinderen. Terwijl je van nature altijd de beschermer was.
Regelmatig gingen we samen naar de stad. Je mocht geen auto meer rijden, maar nog wel op de scooter. Er was al zoveel vrijheid van je ontnomen, maar die scooter gaf je nog een ‘restje onafhankelijkheid’. Bij de pinautomaat aangekomen moest ik pinnen, omdat jij de code niet meer wist.

En zo mocht ik steeds meer en kon jij steeds minder. Het rijden op de scooter werd steeds gevaarlijker, soms reed je links, waar je rechts moest, of 50 waar je 30 mocht. Het kon gewoon niet meer. En zo veranderenden we van plaats en van rol. Ik voorop, jij achterop. Ik in de auto en jij met de benenwagen.
Jij in een verzorgingstehuis, ik op mezelf. En toch bleef je lachen. En toch bleef je grapjes maken. Je zong zelfs en speelde gitaar. En dat bewijst maar weer wat een positief karakter je had. Je bent en blijft een prachtig mens.

Jouw verhaal op deze site?

Wil je zelf een bijdrage leveren aan deze site klik dan hier

Reacties:

  1. Mooi Janneke!
    Heel gevoelig en precies wat je meemaakte. Uiteindelijk omdat je nog zo jong was. En wat had/heb je een lieve vader. Heel veel sterkte en kracht gewenst
    Jan ‘ t Hoen

2 gedachten over “Ik voorop, jij achterop: van kind naar mantelzorger”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *