Kriebel

Door: Gerdien Breimschrijft

Als ik samen met Johan de huiskamer binnenkom zit ons moeders aan tafel, met de rug naar me toe. Wanneer ik achter haar sta, leg ik mijn hand op haar schouder, buig me naar haar toe en zeg naast haar oor: 'Dag moedertje van me.'
Op vlakke toon begroet ze me: ‘Hé...’, en daar blijft het bij.
Ik geef haar op beide wangen een zoen.

'Zo te zien hebben jullie al een kopje koffie gehad. Zou er voor ons nog wat over zijn?' vraag ik.
'Ze hebt net een verse pot zet' zegt mevrouw N., 'dus ik wol moar zeggen, daar kuj wel een koppie van nemen.'
Dan hebben we geluk' zeg ik, en schenk voor Johan en mij een kop koffie in en gaan bij ons moeders zitten.
Ik schuif de kruk waar ik op zit zo dicht mogelijk bij haar. Eerst leun ik zachtjes tegen haar arm en voel dat ze zachtjes terug leunt.

'Hebben jullie ook last van onweer gehad met dat warme weer van de afgelopen dagen?' vraag ik om het gesprek op gang te brengen.
Nee, zeggen ze allemaal, geen onweer gehad.
'Maar als het al onweert, reken er dan maar op dat ik niet blijf liggen!' roept mevrouw R.
'Wat doet u dan?' vraag ik haar.
'Ik doe het licht aan en ga aan tafel zitten. Ga nooit bij het raam gaan zitten, want je weet maar nooit wat er gebeurt' vertelt ze.
'Vroeger deed iedereen dat' zegt mevrouw N., 'want er ontstond nog wel es brand in een boerderij door inslag. Mien Otie legde zelfs haar gouden oorijzer midden op tafel. Dan kon ze het zo pakken en meenemen als ze zou moeten vluchten.'
Geanimeerd doet iedereen mee aan het gesprek en worden er herinneringen aan vroeger opgehaald.
Ons moeders zit er stilletjes bij. Mijn pogingen om haar in het gesprek te betrekken halen niet veel uit.
Soms haalt ze haar schouders op bij een vraag die ik stel en zegt dan dat ze het antwoord niet weet. Soms antwoordt ze kort en bondig, om dan weer in haar stilte te verdwijnen. Haar hoofd licht voorover gebogen, haar blik mat en naar binnen gekeerd.
Ik voel aan alles dat ze ver weg is vanmorgen.

Na een poosje leg ik mijn arm om haar heen. Ik wrijf met mijn hand over haar rug en schouders. Kriebel wat in haar nek en woel voorzichtig door haar haar.
'Is dat lekker zo?' fluister ik zacht in haar oor.
Ze knikt.

Mijn handelingen roepen een haarscherp beeld in me op:
Ik ben een kind en zit op zondag naast ons moeders in de kerkbank. De dominee steekt zijn preek af. Ik snap niets van zijn verhaal. Het lange stilzitten verveelt me. Mijn pepermuntjes zijn op en het motief op de kerkmuur heb ik voor de zoveelste keer van boven naar beneden gevolgd met mijn ogen.
Ik word onrustig en wiebel van mijn ene op mijn andere bil.
Dan pakt ons moeders mijn kinderarm en kriebelt met haar zachte vingers over mijn huid, om zo mijn ongeduld te beteugelen. Ik wil dat wat ze doet nooit stopt.

Ik kriebel rustig door in ons moeders nek, op haar rug en door haar haar.
Praten doen we een andere keer wel weer.

Ook het leven in een verpleeghuis kent goede en slechte momenten. Gerdien Breimer schrijft over het leven van alledag van haar eigen moeder, die alzheimer heeft en op een gesloten psychogeriatrische afdeling woont.

Jouw verhaal op deze site?

Wil je zelf een bijdrage leveren aan deze site klik dan hier

Reacties:

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *