Scrabbelen met mijn moeder

Door: Anna Myrte Korteweg

Als ik bij mijn ouders ben dan gaan we eigenlijk altijd buiten de deur eten. Ze hebben zo een aantal vaste plekken waar ze de eigenaar goed kennen en bij binnenkomst hartelijk worden begroet. Mijn moeder houdt van een swingende, losse sfeer, uitgaan dus. Maar de laatste tijd is ze uit zichzelf niet zo swingend. Vaak zit ze gewoon op een stoel voor zich uit te staren. Ze zegt weinig en is erg rustig. Toen ik haar laatst zo zag zitten had ik de gedachte dat het lijkt alsof het leven de balans opmaakt en ervoor zorgt dat een verwaarloosde kant alsnog aan bod komt. Mijn moeder was vroeger namelijk altijd bezig. Ze was druk en ze had het druk. Ze zat nooit stil. Omdat ze zich niet goed voelt is het naar om haar in deze staat te zien, maar tegelijkertijd is het ook fijn om mijn moeder gewoon te zien zitten. Vroeger zou me dat goed hebben gedaan, een moeder die af en toe even niets doet. Maar dat wist ik toen niet. Als kind weet je niet beter dan dat de dingen die gebeuren normaal zijn.

Laatst was ik voor een paar dagen bij mijn ouders. Mijn zoon Lotus van negen was mee. De tweede avond bleven we voor de verandering thuis. Mijn vader heeft een paar adresjes waar hij geabonneerd is op goed klaargemaakte, goedkope vegetarische maaltijden. Deze avond was dat een verpleegtehuis in de buurt. Lotus en ik aten van de twee porties mee en ik vond het eigenlijk wel heel gezellig om eens een avond bij hen thuis door te brengen. Het voelde een beetje als vroeger.

Mijn moeder zat aan tafel stil en neerslachtig voor zich uit te kijken. Mijn vader vroeg wat er was en ze zei dat ze pijn in haar arm had. Drie jaar geleden heeft mijn moeder bij een wandeling in de Duitse heuvels haar linkerelleboog gebroken en door een mislukte operatie is haar arm nooit hersteld. Extra nare bijkomstigheid is dat ze ook nog eens links is. Maar er was meer aan de hand dan fysieke pijn. Het lukte ons niet om haar erbij te krijgen. Ze was diep in zichzelf verzonken en dan niet in het vrolijkste deel van zichzelf.

46954937_293686884585868_8696006020624809984_n.jpg

Ik verwachtte niet dat ik die avond nog contact met haar zou kunnen krijgen. Ze maakte een afwezige indruk en reageerde afwerend als ik haar benaderde. Toen bedacht ik me dat we vroeger altijd scrabbelden samen met oma, haar moeder, en met mijn tante, haar zus Mariëtte. Zou mijn moeder het nog kunnen? Ik zou haar ook niet nog meer van slag willen brengen door een confrontatie met haar verloren vermogens. Mijn vader dacht dat het nog wel kon. Lotus pakte de scrabbledoos van mijn moeder’s werkkamer. Geen scrabble, maar boardscript om precies te zijn. De Frankhuisens spelen alleen dit spel, al zo lang als scrabble bestaat. Het verhaal gaat dat boardscript er het eerst was en dat scrabble het toen heeft gestolen. Daarom is de uitvinder van boardscript nooit rijk geworden. Om de echte uitvinder toch trouw te zijn wordt er in onze familie daarom alleen maar met boardscript gescrabbeld. Dat zegt wel wat over een familielijn toch? (wat zullen ze wel niet van wordfeud vinden..?!)

47047991_2235329706704447_656590587050328064_n.jpg

Maar goed… Mijn moeder wilde wel een spelletje spelen en Lotus deed ook mee. Zodra we met zijn drieën aan tafel zaten veranderde de sfeer. Het was net alsof er een knopje werd omgezet en het station ‘samen scrabbelen’ aanging. We hadden dezelfde soort grapjes en plagerijtjes als vroeger met oma en mijn moeder legde de meest mooie woorden. Toen ze opende met ‘tijdig’ was ik stomverbaasd. Daarna legde ze woorden als ‘wringt’, ‘honend’ en ‘vlam’, en dan vaak ook nog zo dat ze dubbele punten haalde. Toen ik ’cobras’ wilde leggen vroeg ze zich af of dat wel mocht omdat er geen apostrof bij stond. Toen zei ik van wel, want anders zou je dit woord bij scrabble nooit kunnen leggen (immers: bij scrabble heb je geen apostroffen). Ze moest erg lachen omdat ze vond dat ik gelijk had. Ik legde ‘qat’. Zij: ‘Mag dat, een q zonder u?’Ik: ‘Ja, qat is zo’n kruid waarop ze in Afrikaanse landen kauwen.’ Zij: ‘Ja ja, je kunt van alles zeggen, een kruid, een soort eten…’ Ze was even stil en vervolgde: ‘En ik kan ook niet zeggen. Goed, leg maar, omdat jij het bent.’ Lotus was al na drie beurten afgehaakt, maar hij kwam er soms nog wel even gezellig bij zitten. ‘Ik weet een heel vies woord en het rijmt op Corno’, zei hij (hij heeft een oom die Corno heet). Mijn moeder: ‘Dat is helemaal geen vies woord. Wat er gebeurt is vies, het woord niet.’ Ze stond weer helemaal op scherp.

Ik ging uit met alle acht (ja bij boardscript speel je niet met zeven maar met acht letters) de letters door met behulp van twee jokers het woord ‘seinende’ te leggen. Maar ze was het er niet mee eens omdat het woord tegen de h aan legde en dus ook het woord ‘eh’ maakte. ‘Eh’ mocht vroeger nooit toen we nog met oma scrabbelden. Maar bij wordfeud mag het wel. Ik zocht het online op in een scrabble woordenboek en kreeg gelijk, het mocht. Het spel was klaar. Ik had gewonnen, maar mijn moeder was de echte winnaar.

Deze blog verscheen eerder op nuvrij.com