Storm

Door: Irma Heerink-Engbers

Er liggen een bijzondere dag en nacht achter ons nu het licht wordt op deze stormachtige morgen. Je vijfde achterkleinkind is gisteravond geboren in de uren dat jij op de operatiekamer was voor de reparatie van je gebroken heup. Hoe kan het allemaal zo samen komen... Een rollercoaster, indrukwekkend, bizar, zorgelijk en tegelijkertijd zo vreugdevol, een nieuw wonder in onze familie!

Gistermorgen hebben ze je gevonden in de gang, roepend om hulp en liggend op de grond. Blijkbaar had je jezelf aangekleed, uiteraard je shirt binnenstebuiten aan, om aan de dag te beginnen. Het was snel duidelijk dat het niet goed was met je been, de arts constateerde een breuk. Paniek, ambulance, ziekenhuis, uren op de spoedeisende hulp, opname, operatie en een lange nacht op de intensive care volgden. Een kleine opsomming van gebeurtenissen met als rode draad steeds de vraag of we een goed besluit hebben genomen je te laten opereren om de breuk ter herstellen. Het aan je vragen is geen optie meer. Je hoort ons niet en begrijpt ons nog minder.
Hoe kom je hier weer uit? Word je nog weer mobiel? Zullen je angst en wantrouwen nog meer toenemen? Zal het de verzorgers lukken de nieuwe situatie goed op te pakken? Grote vragen die in de kern over leven en dood gaan. Wij moeten samen met de arts keuzes maken voor jou. Ik gun het niemand, zulke dilemma’s.

Je hebt de hele nacht geslapen. En nu ben je weer terug in de huiskamer. Bedlegerig, slaperig en zoals je zelf vanmiddag aangaf, “het is niet meer van mij”. Hoe veelzeggend. Want dit leven voor jou, liggend, beperkt, veel pijn, niets anders kunnen doen dan naar het plafond staren, is eigenlijk geen leven. Je hart klopt en je lichaam herstelt redelijk van de operatie, maar verder… Ik kan ook niet goed traceren of je me herkent of niet.
Eigenlijk moet je al weer kunnen lopen en op z’n minst in een stoel kunnen zitten. Maar zelfs wat meer rechtop in bed zitten gaat niet vanwege de pijn. Gelukkig slaap je veel. Maar als je wakker bent dan vraag je telkens weer of ik je uit bed wil helpen en meenemen naar huis. Opeens wakker en helder meld je dat je honger hebt en zin in een boterham. Die maak ik voor je. Met boter en abrikozenjam. Samen met een tuitbeker thee werk je alles weg, hoewel je na afloop van deze maaltijd doodmoe bent.

Ik blijf nog even bij je op de rand van het bed zitten en wrijf je arm. Mijn hand duw je steeds weg. Geen gefriemel en flauwekul, wil je denk ik zeggen. Ik zal de boodschap onthouden voor de komende dagen, want we zullen nog wel wat hobbels en besluiten moeten nemen over hoe verder.

Jouw verhaal op deze site?

Wil je zelf een bijdrage leveren aan deze site klik dan hier

Reacties:

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *