Uit het leven gegrepen

Door: Neeltje

Dit verhaal gaat over een man en een vrouw. Over een echtpaar dat na zestig huwelijksjaren van elkaar wordt gescheiden omdat de vrouw in een tehuis voor dementerenden wordt opgenomen. Anno 2018 wordt daar in onze maatschappij niet moeilijk over gedaan, het is immers noodzaak. Dat een dergelijke beslissing een grote impact heeft zal duidelijk zijn, het wordt normaliter ook geaccepteerd als een gegeven waar niet aan te ontkomen is. Het hoort er nou eenmaal bij. Zolang het over anderen gaat kunnen we er op een afstandje naar kijken, maar wat als het heel dichtbij gebeurt, zou dat verschil maken?

Er was eens een jongen en er was eens een meisje

Beide kwamen uit een groot gezin. Voor de eerste levensbehoeften werd gezorgd, voor het geestelijk welzijn was weinig of geen tijd.
Tijdens hun zoektocht naar wie ze zijn, wat ze voelen, willen en kunnen, ontmoetten ze elkaar in het ziekenhuis. Hij als patiënt, zij was de hoofdzuster en zeven jaar ouder. Cupido schoot raak, ze werden verliefd, trouwden en kregen twee kinderen.

Achteraf zou je kunnen zeggen dat het ziekenhuis, als de plek die hen bij elkaar bracht, symbool stond voor de vele keren dat het een rol zou gaan spelen in hun leven samen. Het bleef hen verbinden. En eigenlijk is ze altijd  hoofdzuster gebleven, een positie die zij ondanks haar hartkwaal en dankzij haar doorzettingsvermogen had verworven.
Globaal gezien zorgde de man voor het inkomen en de vrouw nam de huishouding en opvoeding voor haar rekening. Buiten hun gezin had zij weinig behoefte aan anderen.

De man zette zich naast zijn werkzaamheden in voor de gemeenschap, ging waar nodig de strijd aan en werd gewaardeerd. Hij maakte graag geintjes en maakte gemakkelijk contact met anderen. In tegenstelling tot zijn vrouw, had hij er geen moeite mee als mensen zich ook van een minder leuke kant lieten zien. Overal zat tenslotte wel een vlekje aan. Van zijn ouders had hij meegekregen dat het belangrijk was om er bij te horen, en dat je je moest voegen.

Hij was zich niet bewust dat hij met zijn gemak in de omgang met mensen de onuitgesproken angst van zijn vrouw voedde, dat hij haar op een dag zou kunnen verlaten voor een jongere  vrouw. Anderen werden daarmee min of meer een bedreiging voor haar zekerheid en veiligheid en ging ze haar best doen om de dingen zoveel mogelijk onder controle te houden. De man voegde zich, prees haar om haar heldere mening en scherpe intelligentie, en zo leefden ze in vrede met elkaar voort.

Een andere vrouw

Na vele huwelijksjaren komen er momenten die de vanzelfsprekendheid van de dagelijkse dingen doorbreken. Dan wil de vrouw niet meer op vakantie, haar behoefte om er op uit  te gaan verdwijnt langzamerhand. Hun ritjes op de tandem worden korter. Steeds vaker kan ze iets niet in huis vinden en vinden ze spullen op onlogische plekken terug. Ze raakt de controle kwijt en probeert die met alle macht te heroveren.. Ze raakt in paniek als ze haar man niet ziet en roept dat hij bij haar moet blijven. Haar man, ineens beperkt in zijn doen en laten, roept dat hij geen kant meer op kan en een prettig leven wil. Haar enige houvast ziet ze van zich verwijderen, waar eerst een samen was, zijn ze allebei alleen. Haar wanhoop is zijn wanhoop. Beide begrijpen niet wat er gebeurt. Zij wil hoe dan ook haar man terug, hij wil de vrouw terug wie ze was.

Als de wanhoopskreten van de man steeds groter worden, worden in samenspraak met de thuiszorg en NIKO, de mogelijkheden op een rijtje gezet. Van een dagopvang wilde de vrouw niets horen. Mogelijk had ze geen idee wat het inhield en wat de consequenties zouden zijn van haar nee, sowieso was elk alternatief voor haar een inbreuk op haar privacy en controle die ze uit haar vingers voelde glippen.

Er werd óver haar gepraat, de regie werd haar uit handen genomen. Er bleef haar maar een manier over: schreeuwen en schelden, om maar niet te hoeven voelen hoe alleen ze was, in een wereld die zij niet meer kende. Ook de man weet het niet meer, kent zijn vrouw niet meer, begrijpt niet wat er gebeurt en gaat ook schreeuwen. Kortom, een heel verdrietig en pijnlijk gebeuren.

Afstand en onbegrip

Dan komt de dag dat ze opgenomen wordt in een verzorgingshuis voor dementerenden. Dramatisch voor hem om haar achter te laten, dramatisch voor haar omdat ze het overzicht miste van wat er ging gebeuren en zich simpelweg niet voor kon stellen dat het zo erg met haar was dat ze uit huis geplaatst moest worden.

Dat haar man haar op heeft laten bergen, blijft zich als een mantra in haar hoofd herhalen. Ook dat hij zei geen kant meer op te kunnen en een prettig leven wil. Dat wil ik ook, zegt ze, het had haar diep geraakt.

Zij ging er vanuit dat hij, zoveel als mogelijk was, bij haar wilde zijn en bleef streven naar een samen. Hij ging er vanuit dat zijn vrouw op de voor haar beste plaats was, en  gaf de verantwoording voor haar wel en wee in handen van de verzorgenden. Elke middag ging hij op bezoek en in eerste instantie gingen ze er nog vaak met de auto of met de rolstoel op uit.

Op haar afdeling blijkt ze veel beter dan haar medebewoners te functioneren. Daarbij voelt ze zich onrechtvaardig behandeld door haar man. Ze wil graag dat hij komt en ze kent zijn goede kanten, tegelijkertijd ervaart ze zijn afstandelijkheid en wordt daar heel verdrietig van. Als de boosheid het wint van haar verdriet, scheldt zij hem te pas en te onpas uit. Hij weet zich daar geen raad mee. Boos reageren ziet hij als een dreigement, dat wil hij haar niet aan doen, ze is tenslotte een zieke vrouw. Daar komt bij dat hij van huis uit niet heeft geleerd hoe om te gaan met boosheid, die mocht er niet zijn.

Zijn niet-reageren geeft zijn vrouw het gevoel dat hij haar niet begrijpt en niet voor haar opkomt. In feite gaat het er om dát hij reageert, ze wil hoe dan ook voelen dat zij er voor hem nog toe doet.

Op haar afdeling en in het restaurant dat ze dagelijks bezoeken is er onbegrip voor haar boosheid. Haar man komt haar tenslotte elke dag opzoeken, daar zou ze immers blij om moeten zijn? En hij kan er toch niets aan doen dat zij daar verblijft? Meerdere keren hoort hij van omstanders dat ze hem bewonderen en dat zijn vrouw hem claimt. Zijn vrouw ervaart dat ze door sommige verzorgenden niet begrepen wordt.
Ongewild is hij slachtoffer van de omstandigheden geworden, net zo ongewild wordt zijn vrouw de rol van de ondankbare schreeuwende echtgenote toebedeeld.

De rollen zijn na al die jaren omgedraaid. Van hoofdzuster is zij patiënte geworden en is de man de hoofdzuster, in de zin van dat hij de regie in handen heeft. Deze keer is de opname niet eindig, en de diagnose en prognose van haar “ziekte” niet eenduidig.

Na anderhalf jaar verblijft de vrouw nog steeds op een afdeling waar zij in feite niet thuis hoort. Mét haar vergeten weet ze soms nog precies wat er de vorige avond gebeurd is. Ze heeft ook duidelijk weet van haar situatie en kan die goed en helder verwoorden. De dokter noemde haar “zijn beste patiënt”.

Ter overweging

Haar zoon denkt dat zij een verandering in haar woonsituatie niet aankan en is daar tegen. Haar man zou de garantie willen dat zij eventueel weer terug zou kunnen. Gevolg is dat er niets wordt ondernomen. De vrouw is afhankelijk van hen, zij vertegenwoordigen haar en zijn verantwoordelijk voor het bewaken van het welzijn van hun/moeder/vrouw. Een schoonzus heeft geen recht van spreken, dat zijn de regels van het huis.

Verplaats je eens in deze vrouw, wat zou je willen dat er ging gebeuren?
Als de verwachting was dat de dementie haar snel verder in vergetelheid zou gaan brengen en dat proces bij haar anders verloopt, is dan de enige optie met de armen op de rug te  wachten op haar verdere geestelijke en/of lichamelijke aftakeling?

Met als gegeven dat de vrouw nog steeds geen vrede kan hebben met haar situatie: zou alsnog voor deze vrouw gezocht moeten worden naar een plek waar zij in haar waarde wordt gezien en erkenning krijgt door zorg op maat?
Zou een verslechtering op de korte termijn een verbetering op de lange termijn rechtvaardigen? De zorg/het instituut blijft verre van onduidelijke familiezaken, juridisch veilig en te begrijpen. Of zouden zij, als haar directe zorgverleners, juist dan hun kracht moeten laten spreken en een bemiddelende/adviserende rol kunnen spelen?"

Als zus en schoonzus van de man en de vrouw, wil ik ervoor pleiten de grootst mogelijke zorgvuldigheid te betrachten bij het plaatsen van mensen in tehuizen, met name in geval van dementie. Om te voorkomen dat deze pijnlijke en verdrietige geschiedenis zich zal blijven herhalen.

Jouw verhaal op deze site?

Wil je zelf een bijdrage leveren aan deze site klik dan hier

Reacties:

  1. Wat zou het mooi zijn als het anders kon, omdat ik onder de naam steuntje in de rug voor onze ouderen mij inzet om de vereenzaming een beetje te verzachten kom je ook vaak dementerende ouderen tegen die nog samen wonen en geen familie meer hebben. Dan krijg ik wel eens te horen maar Willem als ik mijn vrouw nu naar een tehuis doe voor dementerende dan heb ik niemand meer . Dan hoor ik liever mijn vrouw 1000 keer het zelfde zeggen dan dat er nooit meer iemand wat tegen mij zegt. Maar je kan aan alles merken dat dit baasje het al moeilijker begint te vinden, ondanks dat ik mij heel erg inzet voor dit bijzondere echtpaar. Wat zou het dan mooi wezen dat we instellingen creëren waar zo,n echtpaar toch bij elkaar kan blijven en als het even te veel word de prof het even overneemt. Het is zomaar even dagdromen.

    Willem Bakker beter bekent in West-Friesland onder de naam Steuntje in de rug voor onze ouderen.

2 gedachten over “Uit het leven gegrepen”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *