Vandaag kom ik voor de laatste keer bij jou

Door: Rianne Schobbers-Scheres

Ha, ben je er weer?

Met een brok in mijn keel kom ik je slaapkamer binnen. Je dochter zegt dat ze denkt dat je niet wakker zal worden; het enige wat je nog doet is slapen. Omdat de zorg te intensief wordt, hebben de kinderen ervoor gekozen om je de laatste dagen van jouw leven naar een hospice te laten gaan. Hierdoor hebben ze de rust om goed en waardig afscheid van je te nemen.

Ik kom op je slaapkamer en je slaapt inderdaad. Ik ga bij je zitten en mijmer over alle jaren die ik bij je ben geweest: de afgelopen 2,5 jaar was ik bijna dagelijks bij jou. Elke ochtend als ik binnenkwam, zag ik die twinkelende oogjes: “ha, ben je er weer?” Altijd eerst even samen kletsen, even rustig opstarten. Je was in de 90 en dan moet je rustig aan doen.

Je was moe, doodmoe, en was klaar met leven. Vooral het feit dat alles zo ontzettend veel energie kostte, viel je ontzettend zwaar. Zowel je lichaam als je hoofd lieten je in de steek. “Ik vergeet alles,” zei je steeds. Soms was je dan somber en verdrietig; soms kon je er ook wel weer om lachen. Als je dan iets van mij ‘moest’ (toch even een schoon bloesje aan), dan zei je: “maar goed dat ik morgen niet meer weet wat ik allemaal moet van jou!”.

Vaak hebben we het over de dood gehad. Met momenten heel serieus en filosoferend over wat er zou zijn na dit leven, andere momenten met een flinke dosis galgenhumor: je had allerlei ideeën over hoe ik je op moest baren (met de middelvinger omhoog) en hoe je zou komen spoken als je eenmaal ‘hierboven’ was. We spraken over de dood, die voor jouw gevoel al naderend was sinds je zo ongeveer 60 jaar was. Je zei al lachend: “als ik tegen de kinderen zeg dat het niet lang meer duurt, dan geloven ze me niet meer: dat zeg ik al 30 jaar. Maar nu is het echt!” En ook dat zei je al 2,5 jaar...

Wij hielden op onze eigen manier van elkaar: als je als ‘zuster’ zo lang bij iemand komt en zo vaak, dan bouw je soms een band op die verder gaat dan alleen zorgverlener en cliënt. Wij begrepen elkaar, konden lachen en huilen met elkaar. Je uitte je zorgen over het verlies van geheugen en over het feit dat je soms gewoon niet meer wist hoe je dingen moest doen. Je kon tegen mij dingen kwijt waar je je kinderen niet mee wilde belasten.

Een laatste knuffel

Ik mocht best verdrietig zijn als je dood zou zijn, maar ik moest niet huilen. Ik heb kunnen bedingen dat ik een klein traantje weg mocht pinken: wat een zegen!

En daar zit ik dan, op de rand van je bed. Over een uur komen ze je halen om naar het hospice te gaan. Door een schouderblessure ben ik een paar weekjes niet bij je geweest en juist in die weken is je gezondheid opeens heel snel achteruit gegaan en gaat het toch echt gebeuren: het zal niet lang meer duren voordat je dit leven gaat verlaten.

Na een paar minuten word je wakker en het eerste wat je zegt: “wat doe jij hier? Dat kan toch niet met je schouder?” Als vanouds beginnen we te grappen, bijna alsof er niets aan de hand is. Even later zeg ik dat ik afscheid kom nemen, en dat ik je natuurlijk niet zomaar laat gaan zonder je nog gezien te hebben. Ik zeg het met een brok in mijn keel en tranen in mijn ogen. En daar is het welbekende wijsvingertje: “we hebben afgesproken dat je niet zou huilen; ik ben nog niet eens dood en je zit nu al te janken! Waar hebben we het nou al die tijd over gehad?” Ik geef toe dat ik een watje ben en stiekem altijd mijn vingers gekruist heb als ik beloofde dat ik maximaal één traantje zou wegpinken. Je moet hartelijk lachen.

Je wilt een laatste knuffel, want ik knuffelde je altijd zo fijn, dan voelde je je heel bijzonder en geliefd.

Voor mij was het precies zo.... Dan zeg je resoluut dat ik moet gaan; het is goed zo. Als ik de deur uitloop hoor ik je zachtjes zeggen “ik hou van je meisje” en ik kan mijn huilen niet meer inhouden. Gelukkig krijg je dat niet mee, want anders zou ik alsnog een uitbrander krijgen.

Je dochter zegt dat het bijna een wonder is wat er zojuist gebeurde: de laatste 24 uur heb je je ogen nauwelijks open gehad en reageerde je nauwelijks.

Wat een rijk beroep en rijk leven heb ik toch. Hoe dicht liggen geluk, verdriet en dankbaarheid bij elkaar.

Lieve Mia, ik zal jou nooit vergeten, je hebt een bijzonder plekje in mijn hart.

Rianne Schrobbers is verpleegkundige en werkt al zo'n 25 jaar in de zorg voor mensen met dementie. Dit is haar passie en bezieling. Waardevol contact, elkaar écht zien en oog hebben voor alle aspecten van het leven. Liefdevolle zorg en ondersteuning met een lach en een traan. Altijd verrijkend en dankbaar.

 

Dementie en het levenseinde

Over de laatste levensfase, sterven en rouw is veel geschreven. Wil je hier meer over lezen? In de Dementiebieb vind je een aantal boeken met levenseinde als (gedeeltelijk) thema.

Jouw verhaal op deze site?

Wil je zelf een bijdrage leveren aan deze site klik dan hier

Reacties:

  1. Hallo Rianne , ik lees net jouw stukje over mijn moeder en loop over van dankbaarheid ….want wat was t geweldig die verzorging van jou en je “mede zusters “
    Het was zo waardevol omdat ze dan ook weer n heel andere persoon kon zijn nl: zichzelf !!! n Heel andere rol dan moeder !! Jullie hebben haar zo in haar waarde gelaten en opgevrolijkt en haar liefde en respect gegeven . Toen ik t stukje las” brak “ik wel n beetje hoor maar ik weet : ZE ISTER GOOD AAN en daar waar ze wil zijn . Dank , dikke zoen en veel geluk :Dina

  2. Bedankt voor je mooie reactie Dina. Ze was zo trots op jullie kinderen en de klein- en achterkleinkinderen. Ze straalde als ze over jullie vertelde en leefde op van elk bezoekje, telefoontje of nieuwtje.
    Voor mij (ons) was het ook bijzonder om deze mooie familieband mee te maken ♡
    En ja: ze is er zeker good aan!
    Liefs Rianne

3 antwoorden op “Vandaag kom ik voor de laatste keer bij jou”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *