In zijn ingesproken dagboek spreekt Harry over hoe zijn fronto-temporale dementie (FTD) zijn vermogen om Sinterklaasgedichten te schrijven beïnvloedt.

Marianne: Harry wil het graag hebben over Sinterklaas.

Harry: Ja.

Marianne: De goedheiligman komt woensdag weer.

Harry: Maar ik was vroeger altijd heel erg goed in versjes maken.

Marianne: Ellenlange versjes.

Harry: Hele lange versjes. En dat is nu toch echt helemaal getermineerd.

Marianne: Helemaal verdwenen he.

Harry: Helemaal verdwenen ja. Dat heb ik niet meer.

Marianne: Maar je hebt nog wel iets gemaakt toch?

Harry: Ik heb nog wel iets gemaakt.

Marianne: Voor mij een gedicht.

Harry: Voor jou, ja!

Marianne: Ja want ik ga niet mijn eigen gedicht maken.

Harry: Voor de kanjer van mijn vrouw.

Marianne: Dat vind ik lief.

Harry: Voor de kanjer van een dame!

Marianne: Oké maar dat is een beetje jammer dat dat niet meer zo goed lukt. Of helemaal niet meer lukt.

Harry: Lukt zelfs helemaal niet meer nee.

Marianne:  Je taalvaardigheid loopt achteruit.

Harry: Ja.

Marianne: Maar dat merk je verder ook toch?

Harry: Verder merk ik dat ook. Ja hoor.

Marianne: Met woordvindingsproblemen.

Harry: Woordvindingsproblemen. Het lezen gaat ook steeds slechter.

Marianne: Ja maar dat roep je al jaren he. Dat roep je al anderhalf jaar. Dat valt nog wel mee. Je bent weer een moeilijk boek aan het lezen.

Harry: Een heel moeilijk boek. Ja.

Marianne: Maar dat was het wat jouw boodschap was, dat het jammer is dat je…

Harry: Jammer dat ik inderdaad, die woordvindingsproblemen, dat die inderdaad steeds erger worden.

Marianne: Ja maar je levert iedere keer iets in he.

Harry: Ja.

Marianne: Dat is wel verdrietig. Stukje bij beetje, lever je jezelf in.

Harry: Tja…

Marianne: Maar ik hou nog heel veel van je.

Reacties:

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *