Ylva was anderhalf jaar actief bij Kammeraat; eerst zelf als maatje, later als projectleider. Na Jinke en Tessa vertelt zij hier ook over haar ervaringen. Naast het groeien in professionele vaardigheden, heeft Ylva in haar tijd bij Kammeraat leren omgaan met de eindigheid en onzekerheid van het leven.
Dat de mensen die zij bezocht haar deze waardevolle lessen konden leren, is een mooi voorbeeld van wederkerigheid in relaties die bij ook bij dementie kan blijven bestaan. En waar projecten als Kammeraat vaak met succes een bijdrage aan leveren.

“Toen ik begon bij Kammeraat, had ik al een half jaar ervaring met mensen met dementie als doelgroep. Ik werkte mee aan een project waarbij ik met twee andere meiden een fijne restaurantsetting probeerde te creëren voor mensen met een dementie en hun naasten. Ik was er altijd heilig van overtuigd geweest dat ik hoe dan ook zou gaan werken met mensen met een verstandelijke beperking, maar wilde nu mijn vierdejaars stage ook graag onderbrengen bij mensen met een dementie. Door deze spontane switch van doelgroep ging ik redelijk blanco mijn vierdejaars-stage in, en wat heb ik een hoop geleerd.

De eerste dag vond ik erg spannend. Kammeraat was een nieuw project en de daarbij horende drukte was pittig. Ik kan best onder druk presteren, maar overzicht houden was toch een stapje verder weg. Gelukkig had iedereen dezelfde motivatie en werd het project gezamenlijk snel een stuk overzichtelijker gemaakt. Toen daarna ook nog de aanmeldingen binnenstroomden kon het echte werk beginnen.

Ik ben bij verschillende mensen betrokken geraakt als maatje. Om samen leuke dingen te doen, of om er gewoon samen te zijn. In eerste instantie was ik best nerveus: ik ben iemand die graag weet waar ze aan toe is, en het binnenstappen bij mensen zonder te weten wat er achter de voordeur zit vond ik spannend. De situaties liepen zo uit een. Zo ben ik bij meerdere liefdevolle stellen binnengelopen, die alles voor elkaar overhadden en waarbij de persoon met een dementie zich steeds meer begon te distantiëren, tot verdriet van de partner. En soms kwam je ook bij mensen binnen die, soms op een paar fantastische familieleden of vrienden na, niemand meer hadden. Dit gaf mij het gevoel en de motivatie om alles eruit te halen wat ik kon, met toestemming van de ander.

Het proberen kleur te geven aan iemands dag of er gewoon al even voor iemand te zijn, voelde goed maar was ook wrang. Wetende dat het een aflopend proces is, om het zo maar even te noemen, valt mij zwaar. Er is nog steeds een geschiedenis die mij elke keer aangrijpt als ik er aan denk. Zij is er ondertussen niet meer, waar hij alleen achterblijft na jaren liefde, zorg en verdriet. Na haar overlijden heeft hij nog de moeite genomen om contact op te nemen met mij en de Kammeraat, die bij hen langskwam, om ons te bedanken. Dat is iets wat ik tot op heden nog erg waardeer.

Nadat ik met zwangerschapsverlof was geweest, kwam ik terug bij Kammeraat als projectleider. Ik was er enige tijd uit geweest, en het was best weer even wennen. Een nieuwe groep, een nieuwe locatie en collega’s die in een zomer tijd zo gegroeid waren. Na wat opstartproblemen door onder andere de zwangerschap kwam ik ook weer in de flow terecht die Kammeraat je kan geven en merkte ik dat ik ook gegroeid was en het nog mooier werk vond dan voorheen. Het was makkelijker geworden om mijn positie te bepalen ten opzichte van de studenten, omdat ik nu zelf geen student meer was. Ik voelde minder weerstand vanuit de nieuwe studenten en kon daardoor juist meer op gelijke voet met ze samenwerken. Ook merkte ik dat het moederschap een groot deel van mijn spanning rond nieuwe ontmoetingen had weggenomen. Ik leerde dingen in perspectief plaatsen. Voorheen was ik al nerveus om mensen op te bellen, maar de komst van mijn dochter leerde me dingen in perspectief zien. Zij was nu veel belangrijker dan de spanning die ik voorheen voelde. En ik had het natuurlijk allemaal al eens gedaan tijdens mijn stage.

Met enthousiasme pakte ik dus de eerste casussen weer op en ging met Kammeraten de hort op naar de mensen. Een tijdje later had ik ook weer mijn eigen maatje en daarna volgde er nog een. Bij deze laatste mevrouw ben ik erachter gekomen dat hoe je ook in het leven staat en hoe oud je ook bent, onzekerheden blijven. Deze mevrouw woonde in een verzorgingstehuis en was zich erg bewust van de veranderingen die ze doormaakte. Ze wilde ook niet dat anderen om haar heen wisten dat ze een dementie had, want als een het weet daar, dan weet de rest het ook. Dit maakte wel dat ze veel om bevestiging bij mij vroeg. Ze rouwde nog om haar man en vroeg zich steeds af of het niet raar was dat ze foto’s en filmpjes van de begrafenis terug keek. Naar mij was ze erg open, maar dit deelde ze niet met de bewoners van het verzorgingstehuis. Van haar heb ik geleerd: of het nou over jezelf is, over de situatie of over de toekomst, iedereen is soms onzeker. Dus neem het leven zoals het is, want perfect kun je het toch niet krijgen.”

Reacties:

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *