Waar genoegen

Door: Gerdien Breimschrijft

Op zondagmiddag gaat zus M. altijd bij ons moeders op bezoek. Nu ze ziek is, nemen Johan en ik voor haar de honneurs waar. Met de koude buitenlucht nog om ons heen, lopen we de huiskamer binnen. Er staat een kerstboom in volle glorie en her en der staat een nepkaars te schitteren. Vanuit mijn ooghoek zie ik naast de theekan, een schaaltje met kerstkransjes staan.

Ons moeders zit op haar vaste plek aan tafel. De knik in haar nek verraadt dat ze slaapt. Mevrouw N. die naast haar zit, kijkt naar schaatswedstrijden op tv.
Johan staat als eerste achter ons moeders, legt zijn handen op haar schouders en buigt zich voorover om haar met een zoen op haar wangen te begroeten.
'Dag jongen' klinkt het mat.
Ik volg, en leg plagend eerst mijn koude hand tegen haar wang - 'huh' zegt ze - en geef haar dan drie klapzoenen ter begroeting. Ze ontvangt ze gelaten.
Daarna begroeten we alle anderen die in de huiskamer zitten.

Mevrouw I. ontwaakt ook uit een dutje. Haar dochter die evenals ik juist binnenkomt, begroet haar moeder hartelijk en gaat op de stoel naast haar zitten. Ik loop naar hen toe en wij dochters begroeten elkaar. Daarna leg ik voorzichtig mijn hand op I. haar schouders.
'Hallo I., hoe gaat het met je?' vraag ik.
'Verdrietig' zegt ze met een diepe treurige zucht.
Wij dochters kijken elkaar een fractie vragend aan.
'Och wat naar voor je' antwoord ik en laat mijn hand liggen waar die ligt.
Er valt even een stilte en dan zegt I.: 'Heel verdrietig' en zucht opnieuw diep.
Haar ogen zijn gesloten.
Ik wrijf zacht over haar arm en vraag waarom ze zo verdrietig is. Ze haalt haar schouders op, en zwijgt.
'Het leven is ook niet altijd makkelijk hè I.?' probeer ik, maar merk dat ze in zichzelf is verdwenen.
Ik kijk haar dochter aan en zonder woorden weten we dat we elkaars gevoelens van dit moment herkennen.
'Dit laat ze nooit aan mij zien' fluistert ze me zacht toe.
'Misschien is het makkelijker om het tegen mij als 'vreemde' te zeggen' antwoord ik zachtjes.
'Zou kunnen' zeggen onze ogen.
Het is een kort, maar bijzonder moment.

Ik sleep een stoel naast de rolstoel waar ons moeders in zit en ga erin zitten. Ze is weer in slaap gesukkeld. Ik sla mijn arm om haar heen, op de aanraking reageert ze amper.
Ik wrijf rustig over haar bovenrug. Ze opent haar ogen en ik vraag haar of ze slaap heeft.
'Nee hoor' zegt ze, en subiet vallen haar ogen weer toe.
Zacht aai ik over haar arm en lodderig opent ze even haar ogen. Elke poging die ik doe om een gesprekje te voeren, elke vraag die ik stel, niets leidt vanmiddag tot contact met haar.
Ik vind de kleur van haar gezicht flets, en haar ogen mat.
Als ik vraag hoe ze zich voelt, zegt ze: 'wel goed'.
Als ik vraag of ze moe is, antwoordt ze: 'alleen een beetje duf'.
Soms valt ze al in slaap terwijl ik een vraag formuleer.
Ik geloof er geen barst van dat ze zich 'wel goed' voelt, maar krijg er geen vinger achter. Steeds verdwijnt ze opnieuw achter haar gesloten ogen.
Zelfs haar favoriete bezigheid 'puzzelen' staak ik. Elke vraag om een puzzelwoord blijft onbeantwoord in de lucht hangen.

Als ons moeders een glaasje advocaat krijgt aangeboden, zegt ze dat ze daar wel zin in heeft. Het staat eerst een tijdlang onaangeroerd voor haar op tafel. Dat ken ik niet van haar. Ik por haar een beetje in haar zij en vraag of ze er wellicht geen trek in heeft.
Dat heeft ze wel, en begint dan toch het glaasje leeg te lepelen.
'Smaakt het?' vraag ik.
Ze knikt, en lepelt zwijgzaam verder. Een grote flats advocaat glijdt van het lepeltje en trekt een gele baan van boven naar benee over haar buste.
'Och toch' zegt buurvrouw N. begaan.
Met een tissue schraap ik de smurrie weg en hoop dat Zorg haar vieze shirt vanavond bij de was doet.

Ik heb ons moeders niet eerder zo naar binnen gekeerd en versuft meegemaakt, en vraag voordat ik naar huis ga bij Zorg na of ze de hele dag zo is geweest. Dat blijkt niet het geval: ze was helder en aanwezig geweest. Maar nu dus wel.

Het avondeten komt zo op tafel, tijd voor ons om te gaan. Ik sla mijn armen om ons moeders heen en kus haar stevig.
'Het was me een waar genoegen' zegt ze op vlakke toon.
Ik geloof er deze keer niets van.

Ook het leven in een verpleeghuis kent goede en slechte momenten. Gerdien Breimer schrijft over het leven van alledag van haar eigen moeder, die alzheimer heeft en op een gesloten psychogeriatrische afdeling woont.

Jouw verhaal op deze site?

Heb je ook een leerzaam verhaal, inspirerend idee of nieuwe invalshoek? We horen graag van je!
Bijvoorbeeld in de vorm van een blog of dementiedagboek. Op deze pagina lees je hoe je kan bijdragen aan Dementieweb.

Reacties:

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *