Wie neemt het voor hem op?

Door: Ontzorgverlener

"Het stempel Alzheimer is een vrijbrief om iemand zijn burgerrechten te ontnemen”

Het is 4 uur ‘s nachts en ineens maak ik me vreselijk zorgen over mijn vriend Meneer D. die ik wekelijks bezoek in zorgcentrum B. 

Onlangs las ik het boek “Ik heb Alzheimer” van schrijfster en onderzoeksjournaliste Stella Braam. Dit boek gaat over haar vader. Hij zei ooit, naar aanleiding van zijn ervaringen in een verzorgingshuis;”Het stempel Alzheimer is een vrijbrief om iemand zijn burgerrechten te ontnemen”

Stella Braam schrijft o.a. over misstanden in de zorg. Over het drogeren van “lastige patiënten” over onwetendheid en onkunde bij zorgpersoneel. 

Vannacht dus, lig ik te mijmeren over Meneer D. Hij is een man met wie ik het enorm goed kan vinden. Humor is één van de dingen die ons bindt. Soms, als ik op bezoek kom, tref ik hem slapend in zijn stoel aan de eettafel in de gezamenlijke huiskamer. Ik ga dan naast hem zitten, sla mijn arm om hem heen en zeg zacht;”Meneer D., goedemiddag! Ik kom iets gezelligs met u doen!” Vanuit zijn “slaapstand” kijkt hij me met een rúk aan, een grote grijns op zijn gezicht. “Boe!!”

Laatst trof ik hem twee keer weer slapend aan. Maar de eerste keer kreeg ik hem met geen mogelijkheid wakker, heeft het verzorgend personeel zijn bloeddruk nog opgemeten en hebben ze hem maar op zijn bed gelegd, hij leek in comateuze toestand. Later trof ik hem nog een keer zo slapend en kreeg ik hem maar heel moeilijk wakker. Ik schreef aan zijn dochter dat ik hem warriger vond dan anders. Afweziger. 

Afgelopen week wilde ik met meneer D. de tuin in, maar de verzorger vertelde me dat hij dat niet mocht. “Hoezo dat?” vroeg ik verbaasd. Meneer D. Is een echt buitenmens en rommelt graag in de tuin. “Hij is de laatste tijd lastig” zei verzorger J. In de tuin staat een groepje ‘levensgrote’ stenen dieren. Deze staan bij een hok decoratief te wezen. Meneer D. zet steeds de dieren in het hok. De beelden staan verankerd in de grond, maar hij wrikt ze los, dat kunnen we niet hebben, vertelt verzorger J. me.  

Tjonge, heb ik nog gedacht(niet gezegd, want de relatie tussen ons is al niet ‘hartelijk’ te noemen en ik wil geen gedoe) “Omdenken”(Berthold Gunster) zou hier nog goed werk kunnen doen. Laat die beesten dan in het hok staan, of zet ze even in een andere tuin..... 

Toen ik eens een rolstoel op de rem zette omdat de vrouw die daarin zat en die ik op dat moment bezocht zich telkens tegen de tafel afduwde en daardoor achteruit reed en hierdoor onrustig werd, werd ik streng toegesproken door een verzorgende dat dát niet mocht, omdat het een vorm van vrijheidsbeperking was. Maar meneer D. de toegang tot zijn geliefde tuin ontzeggen....
Afijn, ik begrijp dat de verzorging het vaak zwaar heeft en zie helaas regelmatig dat dit niet ten goede komt aan het inlevingsvermogen naar hun bewoners toe. 

En nu ineens, mijmerend omdat ik wakker lag, slaat me de schrik om het hart. Is dit zo’n voorbeeld waarover Stella Braam schrijft? Is meneer D. “lastig” en is zijn bijna comateuze toestand het gevolg van kalmerende medicijnen? En wie neemt het voor hem op? Of mag je iemand met Alzheimer inderdaad zijn burgerrechten ontnemen....

Jouw verhaal op deze site?

Heb je ook een leerzaam verhaal, inspirerend idee of nieuwe invalshoek? We horen graag van je!
Bijvoorbeeld in de vorm van een blog of dementiedagboek. Op deze pagina lees je hoe je kan bijdragen aan Dementieweb.

Reacties:

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *